Je hoeft geen dermatoloog te zijn om te snappen hoe diepte werkt. Zie de huid simpelweg als drie lagen:
• Laag 1: De Bovenste Laag (Opperhuid) Hier geneest de tattoo. Alles wat je hier zet, verdwijnt na een paar weken weer omdat deze huidlaag zichzelf vernieuwt.
• Laag 2: De Vaste Laag (Lederhuid) Dit is je doelwit (de ‘Sweet Spot’). Hier is de huid stevig. De inkt wordt hier vastgehouden en blijft strak staan.
• Laag 3: De Vetlaag (Onderhuid) De gevarenzone. Ga je door laag 2 heen? Dan kom je in zacht vetweefsel.
Waarom vet funest is voor je lijn: Vet heeft geen stevige structuur. Inkt die hier komt, gedraagt zich als een druppel water op een servet: het waaiert alle kanten op. Dat is je blowout. Omdat de huid op plekken als de pols heel dun is, prik je daar sneller door de ‘vaste laag’ heen, recht het vet in.
• 1. Te ondiep werken: Je krast alleen de epidermis. Het lijkt zwart tijdens het zetten, maar geneest onzichtbaar.
• 2. Handsnelheid en machine uit balans: Als je hand te snel gaat voor het voltage van je machine, maakt de naald stippellijntjes in plaats van een solide lijn. Er valt simpelweg niet genoeg inkt in de huid.
• 3. Onvoldoende stretch: Zonder strakke stretch stuitert de naald op de huid in plaats van erin te prikken.
• 4. Verstoorde inktflow: Een verstopt buisje of opgedroogde inkt in de tip zorgt dat er wel een gaatje wordt geprikt, maar geen inkt wordt achtergelaten (“dry hits”).